Geschiedenis Met de aankoop door mr. Adriaan Goekoop van 73 hectare duingrond in 1895 begon de aanleg van het Statenkwartier. Blijkens de transportakte bestond het terrein, dat deze grondeigenaar en bouwondernemer kocht , uit duingrond met opgaande bomen, bos, duinbos, woeste grond, weiland, geestgrond en water. Te zamen vormde dit ongerepte gebied het grootste deel van het huidige Statenkwartier.
Toen met de bouw van de Frederik Hendriklaan werd begonnen, was het aanvankelijk niet duidelijk of de daar in de toenmalige duinen neergezette nieuwbouw als een woninguitbreiding van Scheveningen of van Den Haag gezien moest worden. Van hogerhand werd voor het eerste gekozen, zodat de nummering van de Frederik Hendriklaan vanaf Scheveningen rekent, en niet - zoals gebruikelijk - vanaf het centrum.
In eerste instantie onderscheidde de Frederik Hendriklaan zich niet in bijzondere mate van andere straten in het Statenkwartier. Afgezien van huizen voor winkeliers en kleine zelfstandigen, die vooral aan de Aert van der Goesstraat en Frederik Hendriklaan gebouwd werden, werd het Statenkwartier een echte woonbuurt. De Frederik Hendriklaan tussen de Prins Mauritslaan en de Johan van Oldebarneveldlaan heeft altijd een woonkarakter gehad. Het vervolg van de Fred, vanaf het Prins Mauritsplein, was eigenlijk van meet af het actieterrein van diverse winkeliers en andere ondernemers. Men vond er toen diverse typisch Haagse zaken en instellingen, zoals de melkinrichting de Sierkan (nu Albert Heijn) en een filiaal van Krul (nu snackbar Stip).
Al in de jaren 20 waren er activiteiten op de laan, de kraampjesdag was een jaarlijks terugkerend gebeuren, georganiseerd door de Haagsche Bond Vacantiebezigheid voor Schoolkinderen, dat tot doel had minderbedeelde kinderen de kans te kunnen bieden drie weken in de buitenlucht te verblijven.
Bron: Karel Wagemans en "het Statenkwartier in Oude Foto's" |